Evaluatie van de biodieseluitspraken
De uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland van 1 september 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:8715, en het Gerechtshof Amsterdam van 25 februari 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:990, geven geen grond voor een algemeen verbod op gezamenlijke opslag en administratieve statustoerekening over meerdere tanks. Er kan gemotiveerd worden verdedigd dat zij de beschreven huidige terminalwerkwijze niet aantasten, wanneer deze berust op toegestane gezamenlijke opslag van gelijkwaardige goederen die binnen de relevante opslaginrichting niet te allen tijde fysiek naar douanestatus kunnen worden onderscheiden.
1. De uitspraken betreffen fysiek gescheiden en identificeerbare partijen biodiesel
In ECLI:NL:RBNHO:2023:8715 oordeelt de rechtbank dat de betrokken biodiesel in verschillende tanks fysiek gescheiden en afzonderlijk identificeerbaar was gebleven. Het administratief behandelen van alle biodiesel als één gezamenlijke voorraad veranderde deze feitelijke situatie niet.
Het hof bevestigt in ECLI:NL:GHAMS:2025:990 dat de faciliteit van gezamenlijke opslag niet de concrete werkwijze kon rechtvaardigen waarbij fysiek gescheiden biodiesel uit derde landen administratief werd verwisseld met EU-biodiesel. In r.o. 4.5 verbindt het hof zijn oordeel uitdrukkelijk aan de “bijzondere kenmerken van dit geval”, vooral de fysieke scheiding. De materiële beoordeling betreft transacties onder het CDW/TCDW, niet een vergunning voor een geïntegreerde tank pit onder het huidige DWU. Gerechtshof Amsterdam, r.o. 2.9 en 4.4–4.6
Het hof bevestigt in ECLI:NL:GHAMS:2025:990 dat de faciliteit van gezamenlijke opslag niet de concrete werkwijze kon rechtvaardigen waarbij fysiek gescheiden biodiesel uit derde landen administratief werd verwisseld met EU-biodiesel. In r.o. 4.5 verbindt het hof zijn oordeel uitdrukkelijk aan de “bijzondere kenmerken van dit geval”, vooral de fysieke scheiding. De materiële beoordeling betreft transacties onder het CDW/TCDW, niet een vergunning voor een geïntegreerde tank pit onder het huidige DWU. Gerechtshof Amsterdam, r.o. 2.9 en 4.4–4.6
2. De rechtbank erkent het afzonderlijke beleid voor minerale oliën
De rechtbank beschrijft in ECLI:NL:RBNHO:2023:8715 expliciet dat het oude Handboek voor aardolie en aardolieproducten een uitzondering kende: gelijkwaardige goederen uit verschillende tanks mochten onder voorwaarden worden verwisseld. Zij wijst het beroep daarop af omdat biodiesel geen minerale olie is, niet omdat iedere tankoverschrijdende allocatie als zodanig ontoelaatbaar zou zijn. Ook de beoordeling van het gestelde nieuwe beleid voor minerale oliën blijft buiten beschouwing, omdat de zaak biodiesel betreft. Rechtbank Noord-Holland, r.o. 75–78 en 88
Het oude Handboek biedt daarmee een relevant interpretatief aanknopingspunt. Het sloot aan bij de normale bedrijfsvoering van bulkopslag, waarbij de status niet steeds fysiek kan worden onderscheiden. Voor olie en olieproducten was de begrenzing van de tanklocatie bepalend. Verwisseling tussen tanks was mogelijk voor gelijkwaardige goederen van dezelfde eigenaar op dezelfde locatie, zonder vooruit te lopen op toekomstige aanvoer. Oud Handboek Douane, §§ 8.2–8.2.3
Het oude Handboek biedt daarmee een relevant interpretatief aanknopingspunt. Het sloot aan bij de normale bedrijfsvoering van bulkopslag, waarbij de status niet steeds fysiek kan worden onderscheiden. Voor olie en olieproducten was de begrenzing van de tanklocatie bepalend. Verwisseling tussen tanks was mogelijk voor gelijkwaardige goederen van dezelfde eigenaar op dezelfde locatie, zonder vooruit te lopen op toekomstige aanvoer. Oud Handboek Douane, §§ 8.2–8.2.3
3. De huidige Europese guidance ondersteunt gezamenlijke opslag over meerdere tanks
Deze locatiegerichte benadering vindt onder het DWU concrete ondersteuning in het voorbeeld “Common storage in different tanks connected with each other” in de guidance van de Europese Commissie.
Daarin wordt een groep onderling verbonden tanks — een ‘tank pit’ — beschreven waarin producten met verschillende douanestatussen worden opgeslagen. De Commissie bevestigt dat gezamenlijke opslag op grond van artikel 177 GVo.DWU kan worden vergund wanneer alle tanks hetzelfde Unie- en niet-Unieproduct bevatten, met dezelfde GN-code, technische kenmerken en handelskwaliteit. De individuele tank vormt dus niet noodzakelijk de grens van gezamenlijke opslag. Europese Commissie, Special Procedures Guidance, revisie 26, p. 122
De kernfunctie van de regeling is daarmee behouden: wanneer identificatie te allen tijde onmogelijk is of slechts tegen buitensporige kosten mogelijk zou zijn, maakt administratieve scheiding het douanetoezicht mogelijk.
Daarin wordt een groep onderling verbonden tanks — een ‘tank pit’ — beschreven waarin producten met verschillende douanestatussen worden opgeslagen. De Commissie bevestigt dat gezamenlijke opslag op grond van artikel 177 GVo.DWU kan worden vergund wanneer alle tanks hetzelfde Unie- en niet-Unieproduct bevatten, met dezelfde GN-code, technische kenmerken en handelskwaliteit. De individuele tank vormt dus niet noodzakelijk de grens van gezamenlijke opslag. Europese Commissie, Special Procedures Guidance, revisie 26, p. 122
De kernfunctie van de regeling is daarmee behouden: wanneer identificatie te allen tijde onmogelijk is of slechts tegen buitensporige kosten mogelijk zou zijn, maakt administratieve scheiding het douanetoezicht mogelijk.
4. Gezamenlijke opslag en gescheiden boekhouding liggen in elkaars verlengde, maar zijn niet hetzelfde
Gezamenlijke opslag betreft de feitelijke opslag van de kwalificerende goederen. Gescheiden boekhouding betreft de administratieve verantwoording van hoeveelheden naar goederensoort, douanestatus en, waar van toepassing, oorsprong.
De boekhouding bewaart dus het juridische onderscheid wanneer dit fysiek niet te allen tijde kan worden gemaakt. Zij vereist niet noodzakelijk afzonderlijke fysieke voorraden of zelfstandige statussaldi per tank. Omgekeerd creëert een sluitende boekhouding niet zelfstandig toestemming voor gezamenlijke opslag. Europese Commissie, guidance, pp. 49–50 en 120
5. Statustoerekening vindt plaats vanuit de relevante entrepotadministratie
Het huidige Handboek bepaalt dat de vergunninghouder bij toegestane gezamenlijke opslag vrij is in de keuze van de toegerekende douanestatus. De hoeveelheid mag echter niet groter zijn dan de hoeveelheid die zich met die status in het douane-entrepot bevindt. De kwantitatieve grens wordt daarmee niet automatisch per individuele tank gesteld. Huidig Handboek Douane, § 6.4
Wanneer de toegestane gezamenlijke opslag de geïntegreerde tanklocatie omvat, vormt de relevante voorraadadministratie van die opslaglocatie de allocatiebasis. Bij laden kan niet meer status worden toegerekend dan voor de kwalificerende goederen daadwerkelijk beschikbaar is.
Conclusie
De biodieseluitspraken stellen een rechtsgeldig toegestane gezamenlijke opslag en het voeren van gescheiden boekhouding werkwijze niet in algemene zin ter discussie. Het oude beleid voor minerale oliën en het huidige Europese tank-pitvoorbeeld ondersteunen dat gezamenlijke opslag meerdere verbonden tanks kan omvatten en dat statustoerekening vervolgens vanuit de relevante entrepotvoorraad plaatsvindt.
Deze conclusie berust wel op een aantoonbaar verschil met de berechte situatie: niet uitsluitend verbonden leidingen of één vergunning, maar de werkelijke gezamenlijke opslag en het ontbreken van voortdurende fysieke onderscheidbaarheid zijn beslissend. Ook in de biodieselzaak waren tanks met leidingen verbonden; dat was onvoldoende omdat de betrokken partijen feitelijk gescheiden bleven.
Onder die feitelijke en vergunningstechnische uitgangspunten bestaat een onderbouwde grond voor voortzetting van de beschreven werkwijze. Bijzondere wettelijke beperkingen, waaronder artikel 177, lid 3, GVo.DWU voor bepaalde aan antidumping- of compenserende rechten onderworpen goederen, blijven afzonderlijk van toepassing. Europese Commissie, disclaimer en p. 120
No Comments