Proces
2. Bunkering proces
2.1 Inleiding
In dit hoofdstuk volgt een beschrijving
van
het
bunkering
proces. Hierin zullen
we in
chronologische
volgorde het laden van bunkerolie
(paragraaf 2.2), het
vervoer
van
bunkerolie
(paragraaf 2.3) en
het
uitbunkeren
van
bunkerolie (paragraaf 2.4) worden beschreven.
2.2 Laden van bunkerolie
VB koopt
olie
van
derden
en
van VSA. Er wordt
gewerkt met
nominaties zodat
voor
beide partijen
(aankopende
partij, verkopende partij en
laad terminal) duidelijk
is welk schip de gekochte brandstof
wanneer komt laden.
Het product
is afkomstig
uit landtanks van olieterminals.
De vanuit de landtanks
uitgeslagen
hoeveelheid
wordt vastgesteld door
de landtanks
voorafgaand
aan de belading van
het
schip te meten en
deze na afloop van de
belading
opnieuw te meten. Het
verschil
tussen
deze
voor-
en nameting is de uitgeslagen hoeveelheid.
Deze meting wordt
ook wel de A-meting genoemd. Deze meting wordt
uitgevoerd door
terminal medewerkers.
Op het
schip zelf wordt
ook gemeten
of de hoeveelheid
overeenstemt met de geladen
hoeveelheid.
Op deze wijze
wordt
zeker gesteld
dat de hoeveelheid product waarvoor
betaald is zich ook
daadwerkelijk aan
boord
bevindt. Tussen
de walmeting en de
scheepsmeting zullen
kleine verschillen
optreden.
Deze worden veroorzaakt door
stroperigheid van
het
product
(aanhechting aan
wanden),
tolerantie
van meetapparatuur,
afrondingsverschillen, etc.
Feitelijk dezelfde redenen die
aan de
verliestoleranties ten
grondslag liggen. Voor wat
betreft de acceptabele verschillen sluiten
wij aan bij
de huidige verliesnorm
van
0,4% voor zware
stookolie.
Indien
er verschillen worden geconstateerd die groter zijn dan
de aanvaarde tolerantie
van 0,4%, kan
ervoor worden
gekozen om een
B-meting door
een
onafhankelijke derde
partij te laten doen. VB kan
een inspectie firma (een
onafhankelijke derde)
inschakelen
om de
procedures bij de
belading van een
schip en de
uitslag
uit het entrepot/AGP
te controleren. Over het algemeen
komt
dit
in de
praktijk niet
veelvuldig voor.
Indien VB geen
inspectie
firma heeft aangesteld
wordt de B-meting door
de bemanning van
het
schip
uitgevoerd met
gebruikmaking
van
de op
het schip aanwezige
apparatuur. Indien VB
een
inspectie
firma heeft aangesteld,
zal deze eerst de inhoud van
het schip meten voordat tot
de belading wordt
overgegaan om een eventuele OBQ
(On Board Quantity) vast te stellen. Indien
nodig heeft deze
controle
firma
ook
de bevoegdheid om
in het kader van zijn
controlewerkzaamheden de landtank te
meten voordat
tot belading van het schip
wordt overgegaan
(voormeting).
Na belading van het schip
wordt de inspectie firma
weer opgeroepen om
de in
het
schip aanwezige
hoeveelheid
goederen te
meten. De bij deze meting, de
B-meting, bevonden
hoeveelheid
wordt door
de Shiftleader vergeleken
met de
volgens de A-meting geladen hoeveelheid. Indien bij de A-meting een verschil
van meer
dan 0,4% wordt
vastgesteld tussen
deze
meting en de B-meting,
dan onderzoekt de
Shiftleader of de
A-meting correct
is. Er kan een letter of protest
door de
schipper worden
afgeven, De kwaliteit van het product
wordt getest via laboratoriumanalyse
van
aan de wal genomen
monsters.
Dan bespreken
we het
douaneproces. Hierin
onderscheiden
we laden van Unie bunkers
en laden van
niet-unie bunkers
Unie bunkers – douane formaliteiten bij laden
·
·
·
·
Terminal maakt eAD op
VB zuivert eAD onmiddellijk aan in EMCS (webportal) VB doet aangifte ten uitvoer via sagitta
VB maakt BGD op
Niet-unie bunkers – douane formaliteiten bij laden
·
·
·
·
Terminal maakt T1 op via NCTS
VB zuivert T1 aan en plaatst goederen onder regeling entrepot (IM A regeling 71) VB doet aangifte ten wederuitvoer
VB maakt BGD op
2.2.2 Bunkergeleide document (BGD)
Gelijktijdig met of
onmiddellijk
na het indienen van de
aangifte ten uitvoer
of de aangifte
tot
wederuitvoer maakt VB voor dezelfde hoeveelheid
en soort goederen een BGD
op. Het BGD bevat het Movement
Reference Number (MRN)
van
de aangifte ten uitvoer/ wederuitvoer.
De erkend bunkeraar voorziet
het BGD van een
uniek
nummer. De
minerale oliën worden onder
dekking
van het BGD
met een tanklichter naar
de plaats van bunkering overgebracht.
Het BGD en de
bijbehorende
bunker receipts
vormen de voorraadadministratie
aan boord van de
tanklichter en
geven
een
actueel beeld van de aanwezige hoeveelheid minerale oliën.
2.3 Het vervoeren van de bunker olie
Na belading wordt de bunkerolie naar de diverse afnemers daarvan vervoerd. Er zal maximaal 1 maand