Outbound
hoi
3.1.5 Non-preferential origin determination for blended or processed product
Blending or processing at the terminal may affect the non-preferential origin of the product concerned. Where an operation results in a new parcel, the non-preferential origin of that parcel must therefore be assessed separately. This assessment determines whether the operation confers origin or whether the origin is determined by reference to the input materials.
Before the non-preferential origin is required for placement of the parcel under a subsequent customs procedure or another customs or compliance purpose, the terminal’s customs specialist performs and documents the origin determination. The assessment is based on the applicable non-preferential origin rules, the origin and customs classification of the input materials, the nature of the operations performed and the relevant operational and inventory data recorded in VTTI’s systems.
Once the determination has been completed, CS replaces “QU” with the determined country of non-preferential origin in the ERP system. The outcome and basis of the determination, together with the relevant supporting information and documentation, are retained as part of the origin audit trail.
A work instruction for non-preferential origin determination at the terminal is included here.
4. Outbound
4.1 Determine whether an origin assessment is required
De eerste stap moet onderscheid maken tussen:
- goederen die ongewijzigd uitgaan;
- goederen die alleen zijn opgeslagen of normaal zijn behandeld;
- goederen die zijn geblend, verwerkt of bewerkt;
- goederen waarvoor de klant een oorsprongsbewijs vraagt;
- goederen waarvoor oorsprong op een douane- of handelsdocument moet worden vermeld.
4.2 Goods leaving the terminal unchanged
Vastleggen dat VTTI in beginsel voortbouwt op:
- de inbound origin data;
- het inbound proof of origin;
- de koppeling tussen inbound en outbound quantity;
- aanvullende documentatie van de klant.
De procedure moet ook bepalen wat er gebeurt bij:
- gedeeltelijke uitslag;
- splitsing van een shipment;
- samenvoeging van fysiek identieke goederen met dezelfde oorsprong;
- tegenstrijdigheid tussen inbound documentatie en een nieuwe instructie van de klant.
4.3 Goods processed or blended at the terminal
Voor bewerkte of geblende goederen zou ik de procedure met een duidelijke beslisboom laten werken.
Step 1: Define the outbound product
- product description;
- customs classification;
- quantity or weight;
- relevante batch, tank of parcel;
- datum of periode van productie of blending.
Step 2: Identify the relevant inputs
- inbound parcels;
- country of origin of each input;
- customs classification;
- quantity, weight or value;
- beschikbare oorsprongsdocumentatie.
Step 3: Identify the applicable origin framework
Afzonderlijk bepalen of het gaat om:
- non-preferential origin;
- preferential origin under a named arrangement.
Step 4: Identify the applicable product-specific origin rule
Bijvoorbeeld:
- wholly obtained;
- change in tariff classification;
- maximum value of non-originating materials;
- specific processing operation;
- weight- or quantity-based rule;
- combinatie van criteria.
Step 5: Assess the operations performed
Hier wordt beoordeeld:
- welke operationele stappen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden;
- of sprake is van processing of uitsluitend minimal operations;
- of de bewerking voldoet aan de toepasselijke oorsprongsregel;
- of aanvullende voorwaarden gelden, zoals territoriality, non-alteration of accounting segregation.
Step 6: Perform and document the calculation
Waar nodig moeten berekeningen herleidbaar zijn tot:
- ERP movement data;
- tank movements;
- blending instructions;
- bills of material;
- quantities and weights;
- values of originating and non-originating inputs;
- applicable tolerances.
Step 7: Conclude on origin
De uitkomst kan zijn:
- oorsprong verleend;
- oorspronkelijke oorsprong behouden;
- meerdere oorsprongen blijven van toepassing;
- preferential origin established;
- preferential origin not established;
- onvoldoende informatie voor een conclusie.
4.4 Preferential origin upon export
Hier moet concreet worden beschreven:
- wie een verzoek om proof of origin mag indienen;
- welke preferential arrangement de klant wil toepassen;
- wie formeel exporteur is;
- of VTTI juridisch bevoegd is het bewijs op te stellen;
- welk type bewijs moet worden gebruikt;
- welke authorisation of registration nodig is;
- wie het bewijs opstelt;
- wie het controleert en goedkeurt;
- hoe het bewijs aan de outbound shipment wordt gekoppeld.
De control principle kan luiden:
A proof of preferential origin may only be issued, made out or facilitated after the originating status of the outbound product has been established under the applicable preferential arrangement and the required supporting evidence has been reviewed and retained.
4.5 Non-preferential origin of outbound goods
Dit verdient een eigen onderdeel, omdat non-preferential origin niet alleen een fallback is wanneer preferentie ontbreekt.
Hierin kan worden uitgewerkt:
- wanneer VTTI non-preferential origin moet bepalen;
- welke non-preferential origin rule van toepassing is;
- of de laatste substantiële, economisch verantwoorde be- of verwerking oorsprong verleent;
- hoe met minimal operations wordt omgegaan;
- hoe een origin determination wordt gedocumenteerd;
- wanneer specialist review verplicht is.