Skip to main content

Inbound

3.1 Registration of non-preferential origin

DitWhen onderdeelsending kana denomination operationelefor stappenan bevatten:

inbound
    shipment,
  1. Dethe klantcustomer verstrektmust hetprovide land vanthe non-preferential origin als onderdeel van de nominatie.
  2. CS controleertcountry of hetorigin veldof the product. This information is ingevuld.
  3. required
  4. before the goods can be accepted at the terminal. VTTI does not accept discharge of product for which the non-preferential country of origin is unknown.

    When CS registreertregisters dethe oorsprong bij het aanmaken van de parcel.

  5. Eenincoming parcel magin nietthe wordenterminal’s aangemaaktERP system, the non-preferential country of geaccepteerdorigin alsstated hetin landthe vannomination oorsprongis ontbreekt.
  6. recorded
  7. Bijagainst twijfelthe relevant parcel. The recorded origin remains linked to the parcel and forms part of inconsistentiethe neemtorigin audit trail maintained in the ERP system.

    CS performs a reasonableness check to assess whether the country of origin provided by the customer is consistent with the other information and documentation available for the shipment. This includes, where relevant, the product information, transport documentation and any origin-related supporting documentation provided by the customer. The check is based on the information available to VTTI and does not constitute an independent determination of the origin of the goods.

    If the non-preferential country of origin has not been provided, or if the origin information gives rise to doubt or appears inconsistent with the other information or documentation available, CS contactwill oprequest metclarification deand, klant.

  8. where
  9. Correctiesnecessary, moetencorrection auditbaaror wordenadditional verwerkt.
  10. supporting
documentation

Hierfrom moetthe decustomer. procedureThe ookproduct aangeven:

will
    not
  • welkbe ERP-veldaccepted moetat wordenthe gebruikt;
  • terminal
  • until the non-preferential country of landcodesorigin volgenshas eenbeen specifiekeidentified standaardand wordenany geregistreerd;
  • material
  • hoeconcerns wordthave omgegaanbeen metadequately meerdere landen van oorsprong binnen één zending;
  • hoe wordt omgegaan met een oorsprong die nog niet definitief is vastgesteld;
  • wie een reeds geregistreerde oorsprong mag wijzigen;
  • welke onderbouwing bij een wijziging vereist is.
  • addressed.

3.2 Purpose and use of inbound origin data

Hier kan worden uitgelegd dat de informatie wordt gebruikt voor:

  • customs declarations;
  • reporting and statistical purposes;
  • traceability during storage;
  • origin determination following blending or processing;
  • substantiation of outbound origin;
  • audits and customs controls.

Belangrijk is om expliciet te maken dat inbound oorsprongsinformatie niet automatisch de oorsprong van een outbound blend bepaalt. Zij vormt een input voor de toepassing van de relevante oorsprongsregel.

3.3 Receipt and storage of supporting documentation

Neem hier de praktische verwerking op van:

  • proofs of preferential origin;
  • documents supporting non-preferential origin;
  • supplier declarations, voor zover relevant;
  • customs status documents;
  • other origin-related documentation.

De procedure moet aanwijzen:

  • waar het document in ERP/DMS wordt opgeslagen;
  • welke data in Cargo Documents wordt overgenomen;
  • hoe het document aan de parcel of shipment wordt gekoppeld;
  • welke naamgeving of documentcode wordt gebruikt;
  • hoe de datum van afgifte en eventuele geldigheidsduur worden geregistreerd;
  • hoe vervangende of gecorrigeerde documenten worden verwerkt.

Daarnaast zou ik expliciet opnemen:

A customs status document must not be treated as proof of origin unless the applicable legislation expressly provides otherwise. Customs status and origin are separate customs concepts and must be recorded and assessed accordingly.

3.4 Reasonableness check

Hier kan de volledige check worden uitgewerkt. CS beoordeelt bijvoorbeeld of:

  • het document leesbaar en volledig is;
  • het vereiste format of de vereiste gegevens zijn gebruikt;
  • de afgevende of exporterende partij is vermeld;
  • de geadresseerde of importerende partij is vermeld, indien vereist;
  • de goederen voldoende zijn omschreven;
  • hoeveelheden, gewichten en productomschrijvingen aansluiten op de shipment;
  • referentienummers aansluiten op de commerciële en transportdocumentatie;
  • het opgegeven land of gebied overeenkomt met de oorsprongsclaim;
  • het document is ondertekend of geauthenticeerd indien vereist;
  • het document binnen de toepasselijke geldigheidsperiode wordt gebruikt;
  • er geen zichtbare wijzigingen, inconsistenties of kennelijke fouten zijn;
  • het bewijs daadwerkelijk betrekking heeft op de betreffende goederen.

Daarbij hoort een duidelijke beperking:

The reasonableness check is based on the information available to VTTI and does not constitute an independent audit of the production process or supply chain, unless such an assessment is specifically required under the applicable origin rule.

3.5 Follow-up and escalation

De procedure kan de lijn vastleggen:

  1. CS vraagt de klant om verduidelijking of correctie.
  2. CS gebruikt het document niet zolang materiële onduidelijkheden bestaan.
  3. CS schakelt de terminal’s customs specialist in bij inhoudelijke twijfel.
  4. De customs specialist schakelt CGT in bij:
    • complexe oorsprongsregels;
    • substantiële financiële impact;
    • terugkerende afwijkingen;
    • onvoldoende duidelijke regelgeving;
    • mogelijke blootstelling aan navordering of sancties;
    • contact met de douaneautoriteiten;
    • een mogelijke aanvraag voor een Binding Origin Information decision.

3.6 Preferential origin upon release for free circulation

Dit onderdeel kan als beslisproces worden opgezet:

Step 1: Determine whether preferential treatment is available

  • Is er een toepasselijke preferential arrangement?
  • Valt het product binnen de reikwijdte?
  • Is preferentie daadwerkelijk relevant gelet op het normale invoerrecht?

Step 2: Confirm that originating status is claimed

  • Geeft de klant aan dat het product van preferentiële oorsprong is?
  • Onder welke regeling?
  • Welk land of gebied wordt als preferential origin opgegeven?

Step 3: Identify the required proof

  • Welk bewijstype is onder de regeling toegestaan?
  • Zijn er waardegrenzen of specifieke formaliteiten?
  • Mag de exporteur het bewijs zelf opstellen?
  • Is registratie of authorisation vereist?

Step 4: Perform the reasonableness check

  • Is het bewijs beschikbaar?
  • Heeft het betrekking op de juiste goederen?
  • Lijkt het aan de formele eisen te voldoen?
  • Is het nog bruikbaar op het moment van invoer?

Step 5: Decide whether preference may be claimed

  • Bij een positieve uitkomst kan CS preferentie verwerken.
  • Bij materiële twijfel wordt geen preferentie geclaimd totdat de twijfel is opgelost.
  • Als geen passend bewijs beschikbaar is, wordt de aangifte zonder preferentie gedaan.
  • Eventuele mogelijkheden voor een latere preferential claim kunnen afzonderlijk worden beoordeeld.