Executive summary — Gezamenlijke opslag en administratieve statustoerekening binnen een geïntegreerde terminal
De faciliteit van gezamenlijke opslag maakt het mogelijk om gelijkwaardige Unie- en niet-Uniegoederen binnen een geïntegreerde opslaginrichting op te slaan en hun douanestatus administratief te verantwoorden wanneer fysieke identificatie niet te allen tijde mogelijk is, of uitsluitend tegen buitensporige kosten mogelijk zou zijn. De relevante opslaginrichting kan meerdere tanks en bijbehorende producthoudende leidingen omvatten; zij valt niet noodzakelijk samen met één individuele tank. Dit volgt uit artikel 177 GVo.DWU en wordt expliciet ondersteund door het Europese tank pit-voorbeeld. Europese Commissie, Special Procedures Guidance, pp. 120 en 122
De grondslag is de werkelijke opslag en bedrijfsvoering, niet het enkele bestaan van leidinginhoud. Het beslissende onderscheid luidt:
De grondslag is de werkelijke opslag en bedrijfsvoering, niet het enkele bestaan van leidinginhoud. Het beslissende onderscheid luidt:
Niet: “Er zit product in de leidingen, dus het gehele tankpark is gezamenlijk opgeslagen.”Wel: “De daadwerkelijke opslag en goederenbewegingen binnen het relevante samenstel van tanks en producthoudende leidingen maken fysieke identificatie naar douanestatus niet te allen tijde mogelijk.”
Gezamenlijke opslag en gescheiden boekhouding liggen in elkaars verlengde, maar zijn niet hetzelfde. Gezamenlijke opslag betreft de feitelijke opslag van goederen. De gescheiden boekhouding bewaart vervolgens het administratieve onderscheid naar goederensoort, douanestatus en, waar van toepassing, oorsprong. Zij waarborgt het douanetoezicht ondanks het ontbreken van voortdurende fysieke onderscheidbaarheid. De administratie creëert dus niet zelfstandig de gezamenlijke opslag, maar maakt de toegestane faciliteit controleerbaar. Europese Commissie, guidance, pp. 49–50 en 120
Bij laden vindt statustoerekening plaats vanuit de relevante entrepotadministratie. Voor zover de toegestane gezamenlijke opslag het geïntegreerde samenstel omvat, vormt de beschikbare voorraad van kwalificerende goederen binnen die opslaginrichting de allocatiebasis. Er mag niet meer worden toegerekend dan daadwerkelijk met de betreffende status in het douane-entrepot aanwezig is. Een zelfstandig statussaldo per individuele tank is dan niet automatisch de allocatiegrens. Handboek Douane, § 6.4
Het historische beleid en de huidige Europese guidance ondersteunen deze benadering. Het oude Handboek nam voor minerale oliën expliciet de begrenzing van de tanklocatie als uitgangspunt en stond onder voorwaarden verwisseling van gelijkwaardige partijen tussen tanks toe. Onder het DWU bevestigt het Europese tank pit-voorbeeld dat gezamenlijke opslag meerdere verbonden tanks kan omvatten, mits het hetzelfde product betreft met dezelfde GN-code, handelskwaliteit en technische kenmerken. De kernfunctie — fysieke onderscheiding vervangen door administratieve verantwoording — is daarmee behouden, zonder dat alle oude beleidsvoorwaarden ongewijzigd zijn voortgezet. Oud Handboek Douane, §§ 8.2–8.2.3 Europese Commissie, guidance, p. 122
De biodieseluitspraken begrenzen deze faciliteit, maar verwerpen haar niet in algemene zin. In ECLI:NL:RBNHO:2023:8715 waren de betrokken partijen volgens de rechtbank fysiek gescheiden en afzonderlijk identificeerbaar. Resten in leidingen en tankhielen rechtvaardigden niet dat alle tankvoorraden als gezamenlijk opgeslagen werden behandeld. In ECLI:NL:GHAMS:2025:990 benadrukt het hof deze fysieke scheiding als bijzonder kenmerk van het geval. De uitspraken betreffen daarmee administratieve verwisseling van gescheiden partijen, niet een zelfstandige beoordeling van een rechtsgeldig vergunde terminal onder het DWU. Rechtbank Noord-Holland, r.o. 47–53 Gerechtshof Amsterdam, r.o. 4.4–4.6
Conclusie
Er bestaat een onderbouwde grond voor voortzetting van de beschreven faciliteit wanneer de daadwerkelijke opslag en goederenstromen de voortdurende fysieke identificatie verhinderen, de relevante gezamenlijke opslag en boekhouding door de vergunning worden gedekt en de voorraadgrenzen controleerbaar worden nageleefd. De biodieseluitspraken vormen op zichzelf geen reden om die werkwijze te verwerpen. Productgelijkwaardigheid en bijzondere wettelijke beperkingen, waaronder die voor bepaalde aan antidumping- of compenserende rechten onderworpen goederen, blijven afzonderlijk gelden. De Europese guidance ondersteunt deze interpretatie, maar is niet juridisch bindend. Europese Commissie, disclaimer en p. 120