Legal assessments
Aanzuiveringsafrekening actieve veredeling
Onderwerp: Formele zuivering van actieve veredeling door plaatsing onder douane-entrepot en de reikwijdte van de aanzuiveringsafrekening
Wettelijk kader: Verordening (EU) nr. 952/2013 (Douanewetboek van de Unie; hierna: “DWU”), Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 en Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447.
1. Vraagstelling
Binnen de onderneming worden goederen onder de regeling actieve veredeling geplaatst. Na verwerking worden deze goederen in de regel onder de regeling douane-entrepot geplaatst. Vanuit het douane-entrepot kunnen de goederen op een later moment worden wederuitgevoerd of een andere douanebestemming krijgen.
De gebruikelijke goederenstroom is daarmee bijvoorbeeld:
Actieve veredeling → douane-entrepot → wederuitvoer of een andere douanebestemming
De aanleiding voor deze werkwijze is mede gelegen in de aanzuiveringstermijn van actieve veredeling. Door de goederen tijdig onder douane-entrepot te plaatsen, wordt de regeling actieve veredeling gezuiverd en gaat de verdere opslag van de goederen niet ten laste van de aanzuiveringstermijn van actieve veredeling.
De vraag is vervolgens wat de gevolgen hiervan zijn voor de aanzuiveringsafrekening.
Meer specifiek is de vraag of de aanzuiveringsafrekening van actieve veredeling:
beperkt kan blijven tot de formele zuivering van actieve veredeling door plaatsing onder douane-entrepot; of
ook de latere regeling en uiteindelijke bestemming van de goederen, bijvoorbeeld de wederuitvoer vanuit het douane-entrepot, moet bevatten.
De conclusie van deze memo is dat de aanzuiveringsafrekening wordt gericht op de formele zuivering van de regeling actieve veredeling. Indien de actieve veredeling wordt gezuiverd door plaatsing onder douane-entrepot, is de aangifte waarmee de goederen onder douane-entrepot worden geplaatst de relevante opvolgende aangifte voor de aanzuiveringsafrekening.
De latere wederuitvoer of andere douanebestemming vanuit het douane-entrepot vormt een afzonderlijke douanerechtelijke gebeurtenis. Deze informatie is relevant voor de verdere controleerbaarheid en traceerbaarheid van de goederen, maar vormt niet de formele zuiveringshandeling van de oorspronkelijke actieve veredeling.
2. Actieve veredeling en douane-entrepot zijn afzonderlijke bijzondere regelingen
Artikel 210 DWU bepaalt:
“Goederen kunnen onder een van de volgende categorieën bijzondere regelingen worden geplaatst:
a) doorvoer, bestaande uit externe en interne doorvoer;
b) opslag, bestaande uit douane-entrepots en vrije zones;
c) bijzondere bestemming, bestaande uit tijdelijke invoer en bijzondere bestemming;
d) verwerking, bestaande uit actieve en passieve veredeling.”
Bron: Verordening (EU) nr. 952/2013, artikel 210.
Duiding
Artikel 210 DWU maakt duidelijk dat actieve veredeling en douane-entrepot afzonderlijke bijzondere regelingen zijn.
Actieve veredeling valt onder de categorie verwerking. Douane-entrepot valt onder de categorie opslag.
Wanneer goederen van actieve veredeling naar douane-entrepot gaan, vindt dus een overgang plaats van de ene bijzondere regeling naar een andere bijzondere regeling.
De juridische structuur is:
Bijzondere regeling actieve veredeling
↓
Bijzondere regeling douane-entrepot
↓
eventueel een volgende douaneregeling
Dit onderscheid is essentieel voor de bepaling van het moment waarop de actieve veredeling wordt gezuiverd.
3. Artikel 215 DWU bepaalt wanneer actieve veredeling wordt gezuiverd
De centrale bepaling is artikel 215, lid 1, DWU.
Dit artikel bepaalt:
“In andere gevallen dan de regeling douanevervoer en onverminderd artikel 254 wordt een bijzondere regeling gezuiverd wanneer de onder de regeling geplaatste goederen of de veredelingsproducten onder een volgende douaneregeling worden geplaatst, het douanegebied van de Unie hebben verlaten, zijn vernietigd zonder afvalstoffen achter te laten of aan de staat zijn afgestaan overeenkomstig artikel 199.”
Bron: Verordening (EU) nr. 952/2013, artikel 215, lid 1.
Duiding
Dit artikel bevat de algemene wettelijke regel voor de zuivering van een bijzondere regeling.
Voor de onderhavige situatie is vooral de passage van belang:
“onder een volgende douaneregeling worden geplaatst”
Wanneer goederen die onder actieve veredeling zijn geplaatst vervolgens onder douane-entrepot worden geplaatst, is douane-entrepot de volgende douaneregeling.
Daarmee wordt de regeling actieve veredeling gezuiverd.
De juridische keten is dus:
Actieve veredeling → douane-entrepot
en niet:
Actieve veredeling → douane-entrepot → wederuitvoer
waarbij de wederuitvoer vervolgens als zuiveringshandeling van actieve veredeling zou moeten worden aangemerkt.
De wederuitvoer is een volgende gebeurtenis binnen de afzonderlijke regeling douane-entrepot.
Dit onderscheid is van wezenlijk belang voor de aanzuiveringsafrekening.
4. De aanzuiveringstermijn ziet op actieve veredeling zelf
Artikel 257, lid 1, DWU bepaalt:
“De douaneautoriteiten stellen overeenkomstig artikel 216 de termijn vast waarbinnen de regeling actieve veredeling moet worden gezuiverd.
Deze termijn gaat in op de datum waarop de niet-Uniegoederen onder de regeling zijn geplaatst en wordt vastgesteld met inachtneming van de tijd die nodig is om de veredeling uit te voeren en de regeling te zuiveren.”
Bron: Verordening (EU) nr. 952/2013, artikel 257, lid 1.
Duiding
Het artikel koppelt de termijn uitdrukkelijk aan het moment waarop de regeling actieve veredeling moet worden gezuiverd.
Wanneer de goederen binnen de vastgestelde termijn onder douane-entrepot worden geplaatst, wordt de actieve veredeling op grond van artikel 215, lid 1, DWU gezuiverd.
Vanaf dat moment vallen de goederen onder de afzonderlijke regeling douane-entrepot.
De verdere verblijfsduur van de goederen onder douane-entrepot behoort daarmee niet meer tot de aanzuiveringstermijn van actieve veredeling.
Dit is van belang omdat het plaatsen van goederen onder douane-entrepot in deze situatie niet slechts een administratieve tussenstap is. Het is juist de handeling waarmee de actieve veredeling formeel wordt beëindigd.
5. Het praktische voorbeeld: januari, februari en september
De juridische consequentie wordt duidelijk aan de hand van het volgende voorbeeld.
Stel:
10 januari: goederen worden onder actieve veredeling geplaatst.
20 januari: de goederen worden na verwerking onder douane-entrepot geplaatst.
20 februari: de aanzuiveringsafrekening voor actieve veredeling wordt ingediend.
15 september: de goederen worden vanuit het douane-entrepot wederuitgevoerd.
De goederenstroom is:
Actieve veredeling → douane-entrepot → wederuitvoer
Op 20 januari vindt de formele zuivering van actieve veredeling plaats. Dit volgt uit artikel 215, lid 1, DWU.
Vanaf dat moment bevinden de goederen zich onder douane-entrepot.
De wederuitvoer op 15 september heeft betrekking op de verdere afwikkeling van de regeling douane-entrepot. Deze wederuitvoer kan daarom niet worden aangemerkt als het moment waarop de actieve veredeling pas in september wordt gezuiverd.
Dat zou ook niet aansluiten bij de systematiek van artikel 257 DWU. De aanzuiveringstermijn van actieve veredeling heeft betrekking op de zuivering van actieve veredeling en eindigt wanneer die regeling daadwerkelijk is gezuiverd.
De aanzuiveringsafrekening in februari kan daarom rechtslogisch worden gebaseerd op de situatie die op dat moment bestaat:
Actieve veredeling is gezuiverd door plaatsing onder douane-entrepot.
Het is niet nodig om voor de formele zuivering van actieve veredeling te wachten op de wederuitvoer in september.
Sterker nog, wanneer de aanzuiveringsafrekening pas afhankelijk zou zijn van de uiteindelijke wederuitvoer, zou de overgang naar douane-entrepot zijn functie als opvolgende regeling waarmee actieve veredeling wordt gezuiverd, grotendeels verliezen.
6. Douane-entrepot kent een eigen opslagregime
Artikel 238, lid 1, DWU bepaalt:
“Er is geen limiet aan de duur dat goederen onder een opslagregeling mogen blijven.”
Bron: Verordening (EU) nr. 952/2013, artikel 238, lid 1.
Duiding
Deze bepaling bevestigt de zelfstandige positie van het douane-entrepot.
Nadat de actieve veredeling is gezuiverd door plaatsing onder douane-entrepot, kunnen de goederen onder die opslagregeling blijven totdat het douane-entrepot op een later moment wordt gezuiverd.
Daarmee kan de volgende situatie juridisch volledig worden verklaard:
Januari:
Actieve veredeling → douane-entrepot
→ actieve veredeling gezuiverd.
Februari:
Aanzuiveringsafrekening actieve veredeling
→ verwijzing naar de douane-entrepotaangifte.
Februari – september:
Goederen blijven onder douane-entrepot.
September:
Douane-entrepot → wederuitvoer
→ douane-entrepot gezuiverd.
De aanzuiveringsafrekening van actieve veredeling hoeft daarmee niet te wachten op de gebeurtenissen in september.
7. Juridische basis van de aanzuiveringsafrekening
Artikel 175, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 bepaalt:
“In de vergunning voor het gebruik van de regeling actieve veredeling IM/EX, actieve veredeling EX/IM zonder gestandaardiseerde uitwisseling van inlichtingen als bedoeld in artikel 176 of bijzondere bestemming wordt bepaald dat de vergunninghouder de aanzuiveringsafrekening bij het controlekantoor indient binnen 30 dagen na het verstrijken van de aanzuiveringstermijn.”
Het artikel bepaalt verder:
“Het controlekantoor kan evenwel ontheffing verlenen van de verplichting om de aanzuiveringsafrekening in te dienen indien het dat niet nodig acht.”
Bron: Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, artikel 175, lid 1.
Artikel 175, lid 3, bepaalt:
“De aanzuiveringsafrekening bevat de in bijlage 71-06 genoemde inlichtingen, tenzij het controlekantoor anders heeft bepaald.”
Bron: Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, artikel 175, lid 3.
Duiding
Artikel 175 vormt de specifieke rechtsgrondslag voor de aanzuiveringsafrekening.
De aanzuiveringsafrekening moet worden gezien in samenhang met artikel 215 DWU. De afrekening moet inzicht geven in de wijze waarop de regeling actieve veredeling is gezuiverd.
Dit betekent niet dat de aanzuiveringsafrekening noodzakelijkerwijs de volledige verdere levensloop van de goederen moet bevatten.
De relevante vraag is:
Welke handeling heeft de actieve veredeling gezuiverd?
In de beschreven situatie is het antwoord:
De plaatsing onder douane-entrepot.
Daarom ligt het voor de hand de aanzuiveringsafrekening formeel te beperken tot die zuiveringshandeling, met de daarbij behorende verwijzing naar de douane-entrepotaangifte.
8. De inhoud van de aanzuiveringsafrekening
De Nederlandse Douane concretiseert de vereisten voor de aanzuiveringsafrekening en vermeldt daarbij dat de afrekening onder meer bevat:
“de verwijzing naar de daaropvolgende douaneaangifte of enig ander document betreffende de zuivering van de regeling”.
Bron: Handboek Douane, onderdeel “Aanzuiveringsafrekening”.
Duiding
Deze formulering is relevant voor de gewenste beperkte inrichting van de aanzuiveringsafrekening.
In de situatie:
Actieve veredeling → douane-entrepot
is de douane-entrepotaangifte de daaropvolgende douaneaangifte waarmee de actieve veredeling wordt gezuiverd.
De aanzuiveringsafrekening kan daarom worden ingericht met als kern:
de oorspronkelijke actieve-veredelingsaangifte;
de relevante hoeveelheid/veredelingsgegevens;
de douane-entrepotaangifte waarmee de actieve veredeling is gezuiverd;
de overige gegevens die op grond van bijlage 71-06 vereist zijn.
De latere wederuitvoeraangifte hoeft niet als een tweede zuiveringshandeling van actieve veredeling in de aanzuiveringsafrekening te worden opgenomen.
De verdere informatie blijft uiteraard beschikbaar in de douaneadministratie en de onderliggende aangiften.
9. Waarom de latere wederuitvoer niet als tweede zuivering in de afrekening hoeft te worden opgenomen
Een belangrijk onderscheid moet worden gemaakt tussen:
de formele zuivering van actieve veredeling, en
de verdere traceerbaarheid van de goederen na die zuivering.
Dat de latere aangifte informatie over de oorspronkelijke actieve veredeling moet bevatten, betekent niet dat de actieve veredeling daardoor opnieuw of pas op dat moment wordt gezuiverd.
Artikel 241, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 bepaalt:
“Wanneer goederen die onder de regeling actieve veredeling zijn geplaatst of de veredelingsproducten vervolgens onder een douaneregeling worden geplaatst die de regeling actieve veredeling overeenkomstig artikel 215, lid 1, van het wetboek kan zuiveren, bevat de douaneaangifte voor de volgende douaneregeling [...] de vermelding ‘IP’ en het desbetreffende vergunningnummer of INF-nummer.”
Bron: Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, artikel 241, lid 1.
Artikel 241, lid 2, bepaalt voor wederuitvoer:
“Wanneer goederen die onder de regeling actieve veredeling zijn geplaatst overeenkomstig artikel 270, lid 1, van het wetboek worden wederuitgevoerd, bevat de aangifte tot wederuitvoer de in lid 1 bedoelde gegevens.”
Bron: Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, artikel 241, lid 2.
Duiding
Deze bepalingen verklaren waarom op de latere wederuitvoeraangifte de relatie met de oorspronkelijke actieve veredeling zichtbaar blijft.
In Nederland wordt dit onder meer administratief vertaald naar de aanvullende informatie 00700 en het relevante vergunningnummer voor actieve veredeling.
Bij wederuitvoer vanuit douane-entrepot van goederen die oorspronkelijk onder actieve veredeling zijn geplaatst, kan daarnaast de specifieke regelingcode 3151 aan de orde zijn, in plaats van de reguliere regelingcode voor wederuitvoer vanuit douane-entrepot.
Dit heeft een duidelijke functie voor de douaneadministratie: de keten van de goederen blijft traceerbaar tot de oorspronkelijke actieve veredeling.
Maar deze administratieve continuïteit moet worden onderscheiden van de juridische zuivering.
De keten is:
Actieve veredeling
↓
Douane-entrepot
→ formele zuivering actieve veredeling
↓
Wederuitvoer
→ zuivering douane-entrepot
De vermelding 00700, het AV-vergunningnummer en de toepassing van regelingcode 3151 op de latere wederuitvoeraangifte veranderen dat juridische onderscheid niet.
10. Aanpassing van de reikwijdte van de aanzuiveringsafrekening
Op basis van bovenstaande moet onderscheid worden gemaakt tussen twee processen.
A. Aanzuiveringsafrekening actieve veredeling
Doel:
Formeel aantonen dat actieve veredeling is gezuiverd.
Daarbij is de relevante gebeurtenis:
plaatsing onder douane-entrepot.
De aanzuiveringsafrekening kan daarom beperkt worden tot de informatie die noodzakelijk is om deze formele zuivering te verantwoorden, waaronder de verwijzing naar de douane-entrepotaangifte.
B. Verdere controle van de goederen na actieve veredeling
Doel:
Controleren en reconstrueren wat uiteindelijk met de goederen is gebeurd.
Daarvoor kunnen de latere douaneaangiften worden gebruikt, waaronder:
de douane-entrepotaangifte;
de latere wederuitvoeraangifte;
de regelingcode 3151;
aanvullende informatie 00700;
het AV-vergunningnummer;
eventuele andere relevante aangiften en administratieve gegevens.
Deze informatie kan afzonderlijk worden gecontroleerd en hoeft niet allemaal opnieuw als onderdeel van de formele aanzuiveringsafrekening te worden opgenomen.
Dit onderscheid is vooral relevant voor de praktische beheersbaarheid van de aanzuiveringsafrekening.
11. Het praktische belang van een beperkte aanzuiveringsafrekening
Het door de onderneming geschetste voorbeeld laat zien waarom het juridisch en praktisch noodzakelijk is om de twee processen van elkaar te scheiden.
Stel dat in januari goederen onder actieve veredeling worden geplaatst en vervolgens onder douane-entrepot worden gebracht.
De actieve veredeling wordt dan in januari gezuiverd.
De aanzuiveringsafrekening kan vervolgens in februari worden ingediend.
De goederen kunnen echter tot september in het douane-entrepot blijven voordat zij worden wederuitgevoerd.
Als de wederuitvoer onderdeel zou moeten zijn van de formele aanzuiveringsafrekening actieve veredeling, ontstaat een praktisch probleem: op het moment waarop de aanzuiveringsafrekening moet worden ingediend, is de uiteindelijke bestemming van de goederen nog niet bekend.
Dit zou ertoe leiden dat een aanzuiveringsafrekening voor actieve veredeling niet definitief kan worden afgerond zolang de goederen niet daadwerkelijk uit het douane-entrepot zijn verwijderd.
Dat past niet bij de wettelijke systematiek.
De actieve veredeling is immers al in januari gezuiverd door plaatsing onder douane-entrepot.
De daaropvolgende opslag kan vervolgens plaatsvinden onder een regeling die op grond van artikel 238, lid 1, DWU geen maximale opslagduur kent.
Daarom is het juridisch logisch én praktisch noodzakelijk om de formele aanzuiveringsafrekening te koppelen aan de zuivering van actieve veredeling, en niet aan de latere zuivering van het douane-entrepot.
12. Conclusie
De juridische analyse leidt tot de volgende conclusie.
De regeling actieve veredeling en de regeling douane-entrepot zijn afzonderlijke bijzondere regelingen in de zin van artikel 210 DWU.
Op grond van artikel 215, lid 1, DWU wordt actieve veredeling gezuiverd wanneer de goederen of veredelingsproducten onder een volgende douaneregeling worden geplaatst.
Wanneer de goederen vanuit actieve veredeling onder douane-entrepot worden geplaatst, is de plaatsing onder douane-entrepot de formele zuiveringshandeling van actieve veredeling.
Artikel 257 DWU bepaalt dat de aanzuiveringstermijn ziet op de termijn waarbinnen actieve veredeling moet worden gezuiverd. Zodra de goederen onder douane-entrepot zijn geplaatst, is aan die voorwaarde voldaan.
Artikel 175 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 verplicht vervolgens tot het indienen van een aanzuiveringsafrekening en bepaalt welke informatie daarin moet worden opgenomen. De Nederlandse Douane concretiseert dit onder meer als een verwijzing naar de daaropvolgende douaneaangifte of een ander document betreffende de zuivering van de regeling.
Daarom kan de aanzuiveringsafrekening in de beschreven situatie worden beperkt tot de formele zuivering van actieve veredeling, waarbij de aangifte voor plaatsing onder douane-entrepot de relevante opvolgende aangifte is.
De latere wederuitvoer vanuit het douane-entrepot vormt een afzonderlijke douanerechtelijke gebeurtenis. Deze wederuitvoer is relevant voor de verdere controle en traceerbaarheid van de goederen, hetgeen onder meer wordt ondersteund door de verplichting om de relatie met de oorspronkelijke actieve veredeling via de relevante aanvullende gegevens en het vergunningnummer in de latere aangiften zichtbaar te houden.
Dit betekent echter niet dat de wederuitvoer onderdeel moet zijn van de formele zuivering van actieve veredeling in de aanzuiveringsafrekening.
De juridische structuur is daarom:
Actieve veredeling
↓
Plaatsing onder douane-entrepot
↓
Formele zuivering actieve veredeling – artikel 215 DWU
↓
Aanzuiveringsafrekening actieve veredeling – artikel 175 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446
↓
Opslag onder douane-entrepot
↓
Wederuitvoer in september
↓
Zuivering douane-entrepot
Voor het voorbeeld waarin goederen in januari vanuit actieve veredeling onder douane-entrepot worden geplaatst, in februari de aanzuiveringsafrekening van actieve veredeling wordt ingediend en pas in september worden wederuitgevoerd, betekent dit dat de aanzuiveringsafrekening in februari kan worden gebaseerd op de douane-entrepotaangifte van januari als de formele zuiveringshandeling van actieve veredeling. De wederuitvoer in september hoeft niet te worden afgewacht en hoeft niet als aanvullende zuiveringshandeling in de aanzuiveringsafrekening te worden verwerkt.
De latere wederuitvoeraangifte, inclusief de daarop van toepassing zijnde regelingcode en de verwijzing naar actieve veredeling, kan vervolgens in een afzonderlijk controle- en traceerbaarheidsproces worden gecontroleerd. Daarmee blijven de formele aanzuiveringsafrekening en de bredere controleerbaarheid van de goederen juridisch en administratief van elkaar onderscheiden.
Kernstelling:
De aanzuiveringsafrekening dient de formele zuivering van de regeling actieve veredeling te verantwoorden. Indien actieve veredeling wordt gezuiverd door plaatsing van de goederen onder douane-entrepot, vormt de douane-entrepotaangifte de relevante opvolgende aangifte voor de aanzuiveringsafrekening. De latere wederuitvoer vanuit het douane-entrepot ziet op de verdere afwikkeling en zuivering van de regeling douane-entrepot en vormt niet de formele zuiveringshandeling van de oorspronkelijke actieve veredeling. De informatie over deze latere wederuitvoer kan afzonderlijk via de onderliggende douaneaangiften worden gecontroleerd.”
Stock recon check jan-apr
Voorraadreconciliatie – Impala Terminals Rotterdam BV / Trafigura Pte Ltd
Periode: Januari t/m April 2026
Stap 1: Structuuranalyse van de bestanden
Voordat ik reconcilieer, stel ik vast welke bestanden bij welke maand horen en wat de relevante kolommen zijn.
Opmerking over meeteenheden: Alle reconciliaties worden primair uitgevoerd op KG Vac (kilogram vacuüm) en secundair gecontroleerd op LT15 (liters bij 15°C). Waar beide beschikbaar zijn, worden beide getoetst.
Stap 2: Beginvoorraad – Januari 2026
Bron: 1 - monthlyStockReport_2026_01-01.xls – Eindvoorraad 31/01/2026
Totaal ULSD (tanks 207+803+805): 33.626.854 KG Vac / 40.141.882 LT15
Totaal Naphtha (tank 308): 1.532.101 KG Vac / 2.249.781 LT15
Deze eindvoorraad van januari 2026 vormt de beginvoorraad van februari 2026.
Stap 3: Reconciliatie Februari 2026
3a. Goederenbewegingen Februari 2026
Bron: 2 - monthActivityTank Feb 26.xls
Het maandactiviteitenrapport bevat uitsluitend gegevens voor tank T0701 (Jet A1). Er zijn geen bewegingen gerapporteerd voor de ULSD-tanks (207, 803, 805) of de naphtha-tank (308).
Opening stock T0701: 0 KG Vac / 0 LT15
Closing stock T0701: 2.402.945 KG Vac / 3.006.312 LT15 ✓ (sluit intern)
3b. Verwachte eindvoorraad Februari 2026
3c. Vergelijking met Monthly Stock Report Februari 2026
Bron: 2 - monthlyStockReport_2026_01-02.xls – Eindvoorraad 28/02/2026
⚠️ Structurele bevinding Februari – Opening stock ontbreekt in Tank Activity Report
Het Review Mar26 Stocks.xlsx signaleert dat de opening stock van het monthActivityTank Feb 26-rapport ontbreekt (alle tanks tonen 0 als beginvoorraad voor ULSD) . Echter, omdat er ook geen uitgaande bewegingen zijn gerapporteerd voor deze tanks, en de eindvoorraden 1-op-1 aansluiten op de beginvoorraden van januari, is er geen feitelijk cijferverschil. De oorzaak is hoogstwaarschijnlijk een rapportagedefinitiekwestie: de opening stock wordt niet getoond in het Tank Activity Report terwijl er ook geen bewegingen zijn.
📋 Samenvatting Februari 2026
Stap 4: Reconciliatie Maart 2026
4a. Beginvoorraad Maart 2026
= Eindvoorraad 28/02/2026
4b. Goederenbewegingen Maart 2026
Bron: 3 - monthActivityTank March 26.xls
Tank T0207:
Tank T0803:
Tank T0805:
Geen bewegingen gerapporteerd voor tanks 308 (Naphtha) en 701 (Jet A1) in maart.
4c. Berekening verwachte eindvoorraden Maart 2026
4d. Vergelijking met Monthly Stock Report Maart 2026
Bron: 3 - monthlyStockReport_2026_01-03.xls – Eindvoorraad 31/03/2026
⚠️ Structurele bevinding Maart – Ontbrekende tanks in Tank Activity Report
Het Review Mar26 Stocks.xlsx signaleert dat tanks 308 (Naphtha), 701 (Jet A1) en de ULSD-totaalstand ontbreken in het TankActivityReport maart 26 . Dit levert echter geen cijferverschil op omdat er geen mutaties zijn voor die tanks. Dit is een MISSING DATA-melding van informatieve aard.
📋 Samenvatting Maart 2026
Stap 5: Reconciliatie April 2026
5a. Beginvoorraad April 2026
= Eindvoorraad 31/03/2026
5b. Goederenbewegingen April 2026
Bron: 4 - monthActivityTank Apr 26.xls
Tank T0103 (nieuw, opening = 0):
→ Verwachte eindvrd T0103: 6.014.641 KG / 7.125.877 LT15
Tank T0104 (nieuw, opening = 0):
→ Verwachte eindvrd T0104: 2.206.272 KG / 2.625.566 LT15
Tank T0106 (nieuw, opening = 0):
→ Netto mutatie T0106: +10.703.677 +4.673.511 -1.646.822 -3.999.745 -1.304.947 -2.991.424 = +5.434.250 KG Vac
→ Verwachte eindvrd T0106: 5.434.250 KG / 6.485.923 LT15
Tank T0701 (Jet A1, opening = 2.402.945):
→ Verwachte eindvrd T0701: 0 KG / 0 LT15
Tank T0706 (Jet A1, nieuw, opening = 0):
→ Verwachte eindvrd T0706: 2.402.945 KG / 3.006.312 LT15
Tank T0801 (nieuw, opening = 0):
→ Verwachte eindvrd T0801: +8.586.950 -3.141.661 -3.152.331 = 2.292.958 KG / 2.737.207 LT15
Tank T0803 (opening = 10.703.676):
→ Verwachte eindvrd T0803: 10.703.676 - 10.703.677 = -1 KG Vac
Tank T0804 (nieuw, opening = 0):
→ Verwachte eindvrd T0804: +7.163.845 -3.141.421 -3.150.255 = 872.169 KG / 1.041.148 LT15
Tank T0805 (opening = 20.424.306):
→ Netto mutatie T0805: -8.586.950 -7.163.845 -4.673.511 = -20.424.306
→ Verwachte eindvrd T0805: 20.424.306 - 20.424.306 = 0 KG Vac
Tanks 308 (Naphtha): geen bewegingen gerapporteerd in April.
→ Verwachte eindvrd T308: 1.532.101 KG / 2.249.781 LT15
5c. Interne consistentiecheck tankoverboekingen April
Alle tankoverboekingen sluiten intern aan.
5d. Vergelijking met Monthly Stock Report April 2026
Bron: 4 - monthlyStockReport_2026_01-04.xls – Eindvoorraad 30/04/2026
5e. Diepteanalyse Mismatches April 2026
🔴 Mismatch Tanks 103, 104 en ontbrekende tank 108
Bevinding: Tanks 103 en 104 tonen in het Monthly Stock Report resp. 9.010.237 en 5.197.124 KG Vac, terwijl het Tank Activity Report uitsluitend inkomende bewegingen van resp. 6.014.641 en 2.206.272 KG Vac toont (beginstand 0). Tank 108 komt helemaal niet voor in het Tank Activity Report maar heeft wel een eindstand van 3.026.998 KG Vac.
Kwantificering:
- Tank 103: +2.995.596 KG Vac meer in stockrapport dan verklaard door activiteitenrapport
- Tank 104: +2.990.852 KG Vac meer in stockrapport dan verklaard
- Tank 108: 3.026.998 KG Vac volledig onverklaard
Totaal onverklaard extra ULSD in tanks 103+104+108: 2.995.596 + 2.990.852 + 3.026.998 = 9.013.446 KG Vac
Vergelijking met tank 801: Tank 801 heeft een verwachte eindstand van 2.292.958 KG Vac (berekend uit Tank Activity Report), maar staat als leeg in het Monthly Stock Report. Dit is 2.292.958 KG Vac die wél in het Tank Activity Report staat maar niet in het Monthly Stock Report.
Hypothese – verschuiving van T0801 naar T0103/T0104/T0108:
Als de voorraad die feitelijk in T0801 staat is overgebracht naar of gerapporteerd onder tanks 103, 104 of 108, kan dit de mismatches gedeeltelijk verklaren. Het Tank Activity Report toont echter geen tankoverboeking van T0801 naar andere tanks. Dit wijst op een mogelijke onjuiste tanktoewijzing in het Monthly Stock Report, een niet-gerapporteerde tankoverboeking, of een rapportageverschil in definitie van closing stock.
🔴 Mismatch Tank 106
Bevinding: Tank 106 heeft een verwachte eindstand van 5.434.250 KG Vac maar het Monthly Stock Report toont 4.822.457 KG Vac — een verschil van +611.793 KG Vac (resp. +730.412 LT15).
Analyse: De beginstand van tank 106 is 0. In het Tank Activity Report ontvangen van T0803: +10.703.677 en van T0805: +4.673.511; uitgegaan via vier barges: -1.646.822 -3.999.745 -1.304.947 -2.991.424 = netto -9.942.938; totaal = +15.377.188 -9.942.938 = +5.434.250 KG. Het stockrapport toont 4.822.457. Verschil: 611.793 KG Vac niet verklaard door beschikbare bronnen.
Review Mar26 Stocks toont voor tank 106 diverse regels met April-activiteiten die niet allemaal eenduidig aan één transactie te koppelen zijn , waaronder een reeks posities en negatieve mutaties. Dit kan wijzen op een aanvullende niet-gerapporteerde uitgaande transactie, een filtering/kwaliteitsverlies, of een afrondingsproblematiek bij filtering.
📋 Samenvatting April 2026
*Tank 803 sluit cijfermatig op -1 KG Vac, wat een administratief afrondingsverschil betreft uit de tankoverplaatsing.
Stap 6: Roll-forward Controle over de Gehele Periode
ULSD (2710194490) – Totale positieontwikkeling
Verificatie March roll-forward:
- Begin: 33.626.854 KG
- Mutaties: -2.498.872 (HELSINKI load, tank 803)
- Verwacht einde: 31.127.982 KG
- Gerapporteerd einde: 10.703.676 (803) + 20.424.306 (805) = 31.127.982 KG ✅
Verificatie April roll-forward (gebaseerd op stockrapport april):
- Begin: 31.127.982 KG
- Gerapporteerde eindstand ULSD April (stockrapport): 9.010.237 + 5.197.124 + 4.822.457 + 3.026.998 − 1 + 872.169 = 22.929.984 KG Vac
- Netto beweging april (verklaard via activiteitenrapport): inkomingen +6.014.641 +2.206.272 = +8.220.913; uitgaanden -1.646.822 -3.999.745 -1.304.947 -2.991.424 -3.141.661 -3.152.331 -3.141.421 -3.150.255 = -22.528.606; netto = -14.307.693
- Verwachte eindstand: 31.127.982 - 14.307.693 = 16.820.289 KG Vac
- Gerapporteerde eindstand: 22.929.984 KG Vac
- Verschil roll-forward: -6.109.695 KG Vac (stockrapport toont 6.109.695 KG méér dan de activiteitsverklaring rechtvaardigt)
Dit sluit aan op de individuele tankmismatches (103: +2.995.596 / 104: +2.990.852 / 801: ontbreekt -2.292.958 / 106: -611.793 / 108: +3.026.998), die gezamenlijk een netto positief effect geven in het stockrapport.
Jet A1 (2710192190) – Roll-forward
Bevinding: De Jet A1-positie is stabiel op 2.402.945 KG Vac gedurende de gehele periode. Er is uitsluitend een tankoverboeking van 701 naar 706 in april 2026 . Het stockrapport confirmeert deze stand in tank 706 . ✅ Volledig sluitend.
Naphtha (2710122590) – Roll-forward
Bevinding: Geen enkele mutatie in de gehele periode januari–april 2026. De naphtha-positie staat ongewijzigd op 1.532.101 KG Vac in tank 308. ✅ Sluitend, maar opvallend: er zijn gedurende vier maanden geen enkele in- of uitgaande beweging gerapporteerd. Dit verdient aandacht: is de naphtha daadwerkelijk inactief of ontbreken er rapportages?
Eindoverzicht – Reconciliatieresultaten per Maand
Geconsolideerde Bevindingen & Aanbevelingen
Kritieke bevindingen (MISMATCH / MISSING DATA)
1. Tanks 103 en 104 (April) – Onverklaard hogere eindvoorraden
- Gecombineerd onverklaard: 5.986.448 KG Vac
- Bron: vs
- Aanbeveling: Verifieer of er aanvullende bargeleveringen zijn geweest die niet in het Tank Activity Report zijn opgenomen. De omvang van de mismatches (ca. 3 miljoen KG per tank) wijst op substantiële inkomsten. Controleer of de documenten 26BEMOGCXW6M008F0D5S0 en 26BEMOG7FYKT000DNRUS3 (vermeld in ) correcte eindvoorraden dekken, of dat er latere correcties zijn doorgevoerd.
2. Tank 108 (April) – Volledig afwezig in Tank Activity Report
- Positie in stockrapport: 3.026.998 KG Vac
- Bron: ; ontbreekt in
- Aanbeveling: Verzoek om het volledige Tank Activity Report voor tank 108, inclusief opening stock en alle bewegingen.
3. Tank 801 (April) – Verdwijnt zonder verklaring
- Verwachte eindstand: 2.292.958 KG Vac; stockrapport toont 0
- Bron: vs
- Aanbeveling: Controleer of er een tankoverboeking van T0801 heeft plaatsgevonden die niet in het activiteitenrapport is opgenomen, of dat de positie administratief is overgeboekt naar tanks 103/104/108.
4. Tank 106 (April) – Onverklaard lagere eindvoorraad
- Verschil: +611.793 KG Vac (meer verwacht dan gerapporteerd)
- Bron: vs
- Aanbeveling: Controleer of er filteringsverlies is geboekt als een separate transactie die niet in het activiteitenrapport is opgenomen. Vergelijk met de notatie "After filtering" bij de tankoverboekingen in .
5. Naphtha (tank 308) – Nul bewegingen gedurende vier maanden
- Positie: ongewijzigd 1.532.101 KG Vac gedurende gehele periode
- Aanbeveling: Bevestig dat dit correct is en dat er geen bewegingen ontbreken in de rapportage.
6. Afrondingsverschil tank 803 (-1 KG Vac)
- Beide rapporten bevestigen -1 KG Vac als eindstand
- Dit is een systeemtechnisch afrondingsverschil bij de tankoverplaatsing (10.703.676 IN vs 10.703.677 UIT)
- Aanbeveling: Corrigeer administratief voor 1 KG Vac.