Gelijke handelskwaliteit en technische kenmerken: beoordeling in de biodieseluitspraken De rechtbank aanvaardt dat verschillende biodieselsoorten voor gezamenlijke opslag als gelijkwaardig kunnen worden behandeld, ondanks verschillen in grondstof en bepaalde productspecificaties. Het hof laat deze vraag vervolgens uitdrukkelijk open. De uitspraken geven daardoor geen algemene, definitieve toets waarbij iedere technische afwijking automatisch wel of niet is toegestaan. 1. Rechtbank: vergelijkbare basiseigenschappen en hetzelfde gebruik zijn bepalende aanknopingspunten In ECLI:NL:RBNHO:2023:8715, r.o. 40–42, sluit de rechtbank zich aan bij het gezamenlijke standpunt van partijen dat de verschillende biodiesels voldeden aan de voorwaarden voor gezamenlijke opslag van artikel 534, lid 2, TCDW. Daarbij noemt zij de volgende onderbouwing: Vergelijkbare fysische, chemische en technische basiseigenschappen. Gebruik voor dezelfde doeleinden. Verschillen in grondstof en productieproces veranderen niet noodzakelijk de basisdefinitie en eigenschappen van het product. Ook de wijze waarop marktpartijen het product beschouwen, ondersteunt de vergelijkbaarheid. De rechtbank ontleent hiervoor steun aan de Europese antidumpingverordeningen voor Amerikaanse biodiesel. Daarin worden de verschillende soorten biodiesel beschreven als producten met “dezelfde of sterk gelijkende” basiseigenschappen en hetzelfde gebruik. Rechtbank Noord-Holland, r.o. 41–42 2. Verschillen in afzonderlijke specificaties sluiten gelijkwaardigheid niet automatisch uit De onderneming voerde aan dat verschillen in: CFPP — koudefiltreerbaarheid; oxidation stability — oxidatiestabiliteit; relative density — relatieve dichtheid; niet noodzakelijk tot een andere handelskwaliteit of andere technische kenmerken leidden. Dit was het standpunt van de onderneming, dat de rechtbank in haar motivering weergeeft. De rechtbank verricht geen afzonderlijke technische beoordeling van iedere parameter, maar volgt het gezamenlijke standpunt over de toelaatbaarheid van de opslag. Rechtbank Noord-Holland, r.o. 41–42 Voor CFPP verwijst de rechtbank bovendien naar de Commissie: het in het antidumpingonderzoek vastgestelde verschil tussen Amerikaanse en Europese biodiesel was minimaal, kon door mengen of additieven worden gecompenseerd en speelde bij de meeste op de EU-markt verkochte mengsels nauwelijks een rol. Dat is geen algemene vaststelling dat ieder CFPP-verschil onbelangrijk is, maar ondersteuning voor de vergelijkbaarheid van de onderzochte producten. Rechtbank Noord-Holland, r.o. 41 3. Dezelfde GN-code is een afzonderlijke voorwaarde, geen volledige kwaliteitstoets De betrokken biodiesels waren volgens de rechtbank allemaal ingedeeld onder GN-code 3826 00 10, ongeacht hun CFPP. Dezelfde indeling ondersteunt de tariefmatige gelijksoortigheid, maar uit de uitspraak volgt niet dat dezelfde GN-code op zichzelf bewijst dat de handelskwaliteit en technische kenmerken gelijk zijn. De motivering betrekt ook de basiseigenschappen en het gebruik. Rechtbank Noord-Holland, r.o. 5 en 41–42 4. Hof: geen definitief oordeel over de gelijkwaardigheid In ECLI:NL:GHAMS:2025:990 noemt het hof de verschillen tussen palm-, soja- en raapzaadbiodiesel, waaronder CFPP-waarden van ongeveer +12 °C, −4 °C en −13 °C. Maar in r.o. 4.6 laat het hof expliciet onbeantwoord of deze producten dezelfde handelskwaliteit en technische kenmerken hebben en of het gebonden is aan het eenparige standpunt van partijen daarover. De concrete werkwijze faalde volgens het hof al vanwege de fysieke scheiding en de daaropvolgende uitslag. Het hof bevestigt dus niet zelfstandig de gelijkwaardigheid, maar oordeelt evenmin definitief dat deze ontbreekt. Gerechtshof Amsterdam, r.o. 2.4 en 4.4–4.6 Samengevat Uit de rechtbankuitspraak volgt dat verschillen in grondstof of afzonderlijke productspecificaties niet automatisch betekenen dat producten een andere handelskwaliteit of andere technische kenmerken hebben. Voor de aanvaarde vergelijkbaarheid waren vooral de overeenkomstige basiseigenschappen, dezelfde gebruiksdoeleinden en de betekenis van de verschillen in de handelspraktijk relevant.